Een verplichting die u kunt afvinken, of een kans om participatie werkelijk te versterken?
Uiterlijk 1 januari 2027 moeten alle gemeenten, provincies en waterschappen beschikken over een participatieverordening. Toch hebben veel overheden deze stap nog niet gezet. Dat betekent dat de komende periode voor veel gemeenten, provincies en waterschappen in het teken staat van het ontwikkelen en vaststellen van een verordening. Een wettelijke verplichting, maar ook een kans om participatie binnen de organisatie te versterken.
2027 komt dichterbij
Vanuit de Wet versterking participatie op decentraal niveau zijn gemeenten, provincies en waterschappen verplicht om een participatieverordening vast te stellen. Hierin leggen zij vast hoe inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden worden betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid.
Hoewel participatie voor veel overheden al een belangrijk onderdeel van het dagelijkse werk is, beschikt nog niet iedere organisatie over een formeel vastgelegde werkwijze. Voor organisaties die nog geen participatieverordening hebben, is nu hét moment om aan de slag te gaan. De vaststelling hiervan vraagt namelijk tijd: van het ophalen van ervaringen en wensen binnen de organisatie tot het maken van keuzes over uitgangspunten, rollen en verantwoordelijkheden.
Meer dan een verplicht document
Een participatieverordening kan gemakkelijk worden gezien als een verplichting die moet worden afgevinkt. Echter, een goede verordening is meer dan een stuk dat door de raad, provinciale staten of het algemeen bestuur wordt vastgesteld. Het biedt duidelijkheid over hoe een overheidsorganisatie participatie wil organiseren en welke verwachtingen externe stakeholders en de organisatie van elkaar mogen hebben. Een sterke participatieverordening helpt bij vragen zoals:
- Wanneer moeten doelgroepen worden betrokken?
- Wat zijn de ruimtes voor invloed?
- Wie is waarvoor verantwoordelijk?
- Hoe wordt ervoor gezorgd dat participatie zorgvuldig, inclusief en transparant verloopt?
Door deze afspraken helder vast te leggen, ontstaat meer voorspelbaarheid voor inwoners en andere doelgroepen uit de samenleving én meer houvast voor ambtenaren, bestuurders en volksvertegenwoordigers. Juist in een tijd waarin het vertrouwen in de overheid onder druk staat, is het belangrijk dat inwoners weten waar zij aan toe zijn en dat participatieprocessen transparant, navolgbaar en zorgvuldig verlopen. Een participatieverordening kan daarmee bijdragen aan het verkleinen van de afstand tussen overheid en samenleving, mits de afspraken niet alleen op papier staan, maar daadwerkelijk worden toegepast en onderdeel worden van de organisatiecultuur.
Belanghebbenden kunnen de overheid vervolgens aanspreken op de afspraken die hierin zijn gemaakt. Het niet naleven van de eigen afspraken kan gevolgen hebben voor het vertrouwen in de overheid en kan in juridische procedures een rol spelen bij de beoordeling of een besluit zorgvuldig tot stand is gekomen.
Een verordening die past bij de lokale praktijk
Elke overheidsorganisatie is anders. De manier waarop participatie wordt georganiseerd, hangt samen met de lokale cultuur en de specifieke organisatiecultuur. Daarom is het belangrijk dat een participatieverordening niet alleen juridisch correct is, maar ook aansluit bij de manier waarop de organisatie daadwerkelijk functioneert.
Een goede participatieverordening begint daarom niet met het schrijven van een document, maar met het gesprek: wat gaat al goed, waar liggen kansen voor verbetering en welke principes vinden we belangrijk in onze samenwerking met stakeholders?
Door ambtenaren, bestuurders, volksvertegenwoordigers en doelgroepen uit de samenleving te betrekken, ontstaat een verordening die breed wordt gedragen en daadwerkelijk richting geeft aan de praktijk.
Van verplichting naar versterking van de democratie
De participatieverordening biedt gemeenten, provincies en waterschappen de mogelijkheid om stil te staan bij de manier waarop zij inwoners en andere doelgroepen betrekken bij maatschappelijke vraagstukken. Het is een kans om participatie niet alleen vast te leggen in regels en rollen, maar ook te verankeren als een vast onderdeel van het handelen van de organisatie.
Een participatieverordening op zichzelf verandert echter niet automatisch de manier waarop een organisatie werkt. Wanneer de verordening alleen wordt opgesteld om aan een wettelijke verplichting te voldoen, bestaat het risico dat deze na vaststelling vooral een document op papier blijft. Een sterke participatiepraktijk ontstaat pas wanneer de uitgangspunten uit de verordening worden gedragen en toegepast door de mensen die er dagelijks mee werken.
Daarom is het opstellen van een participatieverordening meer dan het maken van afspraken over procedures en verantwoordelijkheden. Het biedt juist een kans om binnen de organisatie het gesprek te voeren over de betekenis van participatie, de rol van ambtenaren, bestuurders en volksvertegenwoordigers en de manier waarop inwoners daadwerkelijk worden betrokken. Een gedragen verordening helpt om participatie onderdeel te maken van de organisatiecultuur. De kwaliteit van participatie met de samenleving is immers sterk verbonden met de participatiecultuur binnen de organisatie zelf.
Hoe Democracy Agency helpt
Bij Democracy Agency helpen we gemeenten, provincies en waterschappen om de participatieverordening te ontwikkelen op een manier die past bij de organisatie en lokale context. We combineren kennis over participatie en democratische vernieuwing met praktische ervaring in het begeleiden van verschillende decentrale overheden.
Daarbij zien wij de participatieverordening niet als een eindproduct, maar als een kans om de participatiecultuur binnen de organisatie te versterken. Met ons Binnen= Buiten Participatiemodel© verbinden we de interne organisatie met de samenleving: we zorgen ervoor dat ambtenaren, bestuurders en volksvertegenwoordigers niet alleen weten welke afspraken er op papier staan, maar deze ook begrijpen, onderschrijven en kunnen toepassen in de praktijk. Tegelijkertijd kijken we vanuit het perspectief van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties naar wat zij nodig hebben voor betekenisvolle participatie.
We ondersteunen bijvoorbeeld bij:
- het organiseren van gesprekken en werksessies met uiteenlopende doelgroepen;
- het formuleren van uitgangspunten en participatie principes;
- Het daadwerkelijk opstellen van een verordening in combinatie met een breder leer- en verandertraject.
- het vertalen van de verordening naar praktische werkwijzen en het verankeren hiervan in de organisatie, bijvoorbeeld in de vorm van een leertraject.
Goed om te weten dat ons leertraject bestaat uit verschillende onderdelen:
- Een Participatiescan om te weten hoe de organisatie ervoor staat
- De Participatie Escape
- Training en interventies op ambtelijk en bestuurlijk niveau
- Begeleiding en interne participatie
Zo ontstaat geen document dat na vaststelling in een la verdwijnt, maar een gedragen werkwijze die bijdraagt aan transparante, voorspelbare en zorgvuldige participatie.
2027 is de deadline, maar de participatieverordening is vooral een kans om als overheid nu bewust keuzes te maken over het versterken van de lokale democratie.
